Aan de ene kant zou ik de recepten voor curcurbitas wel willen proberen met een kalebas, maar aan de andere kant is de courgette lekker en gangbaar. Wat is beter, zo dicht mogelijk benaderen wat de Romeinen aten, of een Romeins recept vertalen voor een groot publiek? Anderen hebben curcurbitas vertaald als pompoen, maar er staat nooit welke soort. Wie het weet mag het zeggen.

Ingrediënten

  • ½ donkere courgette of een hele lichte
  • ½ tl zwarte peper
  • ½ tl komijn
  • 1 tl wijnruit
  • 1 tl azijn
  • ½ tl garum
  • 1 tl olie (Arbequina)
  • 1 tl zetmeel/maizena

De beschrijving van het recept is een beetje vaag en in zo’n geval zie ik een hoofdschuddende Apicius voor me die het maar laat wat te zeggen van mijn experiment. Schil in ieder geval de courgette(s) en snijd deze in grote stukken. Vervolgens dien je deze te koken op dezelfde wijze als colocasia (Taro), maar hoe kook je die dan? Volgens een andere recept verderop in het oorspronkelijke boek in een beetje bouillon en olie. Ik heb het alleen gekookt in water. De Taro weet ik wel te vinden bij mij in de buurt en ga ik uitproberen. Maal vervolgens de peper, komijn (niet vergeten even te verwarmen in een kleine koekenpan), en wijnruit. Giet er azijn en garum bij, leng het aan met een beetje kookvocht, voeg er een beetje olie aan toe. Doe dan de courgette (of Taro) uitgeknepen bij de saus en breng weer aan de kook. Bindt de saus met een beetje zetmeel (eerst even oplossen in koud water). Bestrooi de groente met een beetje peper voor het opdienen. Dit recept werkt perfect als een klein voorgerecht.

Advertisements