Pisa (A186)

Pisum coques. Cum despumauerit, porrum, coriandrum et cuminum supra mittis. Teres piper, ligusticum, careum, anethum, ocimum uiridem, suffundis liquamen, uino et liquamine temperabis, facies ut ferueat. Cum ferbuerit, agitabis. Si quid defuerit, mittis et inferes.

De tekst van een oud liedje gaat over zeepsop in de erwtensoep, maar ik prefereer prei en koriander. Van dat laatste nog het liefst verse. Bij gebrek aan verse koriander kan ik gedroogde nemen, of mijn toevlucht zoeken tot korianderzaad, dat volgens sommigen enigszins zepig smaakt. Ik zou ook kunnen zingen ‘wie heeft er koriander in de erwtensoep gedaan …’ Na het proeven van de soep kwam ik erachter dat er meer en steviger kruiden in de soep hadden gekund, de volgende lijst van ingrediënten is wat ik heb gebruikt, niet wat het zou moeten zijn. Ik heb overigens de prei er pas halverwege de kooktijd bij gedaan en de worst alleen even mee verwarmd op het eind. De totale kooktijd is bijna een uur. Naast erwten heb ik er ook linzen in gedaan, niet alleen voor de variatie, maar ook om mijn lief eraan te laten wennen.

Ingrediënten

  • 1 kopje erwten (en/of linzen)
  • 1 prei
  • enkele takjes koriander of 1 tl gekneusd korianderzaad
  • 1 tl komijn
  • ½ tl peper
  • ¼ tl lavas
  • ¼ tl karwij
  • 1 tl dille
  • enkele blaadjes verse basilicum
  • 1 tl garum
  • 1 el (witte) wijn

Spoel de erwten/linzen goed af en breng ze aan de kook, haal het schuim er af. Wanneer je ze hebt afgeschuimd, leg je er prei, koriander en komijn op. Maal peper, lavaszaad, karwij, dille, verse basilicum, giet er garum bij, leng aan met wijn en garum, breng aan de kook. Wanneer het aan de kook is, roer je het. Vervolgens schrijft Apicius, als er iets mist, doe je het erbij en dien op, aangezien ik nog worstjes over had van gisteren heb ik deze in plakjes gesneden en toegevoegd.

Advertenties